vragen uit de e-learning blok beweging
Help!
|
|
||||
---|---|---|---|---|---|
Hoe heb je 'ogen in je achterhoofd'? | show 🗑
|
||||
show | Onjuist. door de omslagplooi van de conjunctiva is dit niet mogelijk
🗑
|
||||
show | 1. Bescherming oog tegen externe factoren
2. Bevochtiging oog (mucus en traanvocht)
3. Snel herstellen bij beschadiging
🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
Wat is de functie van de retina? | show 🗑
|
||||
Hoe wordt de retina voorzien van bloed? | show 🗑
|
||||
show | Onjuist. De fovea is een klein putje of verlaging in het midden van de macula die speciale kleurgevoelige kegeltjes bevat.
🗑
|
||||
show | 2e hersenzenuw
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Centraal in de n. opticus liggen de arteria en vena centalis | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: De cornea bevat bloedvaten. | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: De functies van de cornea zijn licht breken en het oog beschermen | show 🗑
|
||||
show | Juist. Bij aanspanning --> ontspanning zonulavezels --> bolling lens. Bij ontspanning --> aanspannen zonulavezels --> platter worden lens
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Je vraagt een patient of hij/zij gebruik maakt van optische correctie, omdat inadequate correctie een oorzaak kan zijn van beperkte gezichtsscherpte. | show 🗑
|
||||
show | a. Voor het onderzoek van de pupilreacties. Na beschijnen oog met lampje kan de visus gestoord zijn.
🗑
|
||||
show | Onjuist: een stenopeische opening neemt potentiele sferische abberatie weg --> heeft alleen effect bij een refractieprobleem of niet-centraal gelegen troebeling (catarct)
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij een hypermetropie kan de visus (bepaald met de visuskaart) normaal zijn | show 🗑
|
||||
show | B. +2D. Op het moment dat iemand (de juiste) contactlenzen draagt, is de visus optimaal en is er dus een 'gewone' leescorrectie voor een 50-jarige nodig (+2D).
🗑
|
||||
Juist of onjuist: het centrale gezichtsveld wordt getest met de Amsler-Grid. | show 🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
show | Onjuist. De n. oculomotorius zorgt wel voor 1&2, maar zorgt niet voor pupilverwijding.
n. III --> pupilvernauwing (m. constictor pupillae).
n. II --> pupilverwijding (m. dilatator pupillae)
🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
Juist of onjuist: RAPD ontstaat door een eenzijdige laesie van de n. opticus | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij MS kan het beeld in fundo normaal zijn, maar de RAPD positief | show 🗑
|
||||
show | Onjuist. Bij schrik wordt het zicht dichtbij juist beter door activatie van de sympaticus: 1. activatie spier in corpus ciliare --> ontspanning zonulavezels --> bollere lens (scherp zicht dichtbij)
2. activering m. dilatator pupilae --> pupilverwijding
🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
Waarom lopen er soms tranen over de wangen van bejaarden (als ze niet verdrietig zijn)? | show 🗑
|
||||
show | Juist. Ezelsbruggetje (1975 - negen-tien-vijf-en-zeven(tig))
🗑
|
||||
Juist of onjuist: de n. olfactorius loopt niet via de thalamus maar gaat direct naar de cortex | show 🗑
|
||||
Bij een centrale facialis parese is er sprake van: a. verstreken voorhoofdrimpels in rust b. een gestoorde oogsluiting c. een verstreken nasiolabiale plooi | show 🗑
|
||||
show | b. Je hoofd naar rechts roteren.
🗑
|
||||
Juist of onjuist: grove tast gaat via dunne, ongemyeliniseerde vezels. | show 🗑
|
||||
De proef van Romberg is positief bij: a. een aandoening van het achterste ruggenmerg b. een aandoening van de perifere zenuwen in de benen (e.g. polyneuropathie) c. Beide | show 🗑
|
||||
Wat test je bij de proef van Romberg? | show 🗑
|
||||
show | Stoornissen van evenwicht en bewegingscoordinatie.
🗑
|
||||
Juist of onjuist: de oorzaak van ataxie ligt altijd in het cerebellum. | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: een laesie in het cerebellum geeft contralateraal problemen. | show 🗑
|
||||
show | Onjuist.
🗑
|
||||
Juist of onjuist: De proef van Romberg kan worden gecombineerd met de proef van Barré, alleen dan test je 2 dingen tegelijk. | show 🗑
|
||||
show | Juist. Voor een goede coördinatie en evenwicht moeten 2/3 afferente systemen (visus, proprioceptie en evenwicht) intact zijn. Bij valneiging in de nacht -->visus mist dus probleem proprioceptie of vestibulair. Romberg maakt onderscheid tussen laatste twee
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij een diepe gevoelsstoornis verwacht je dat de patiënt met gesloten ogen de armen kan stilhouden. | show 🗑
|
||||
Verhoogde oogknipperfrequentie komt voor bij: A. Huntington B. ziekte van Parkinson | show 🗑
|
||||
Bij nystagmus door schedeltrauma, ligt de oorzaak bij welk systeem? a. Visueel b. Vestibulair c. CZS | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Wanneer de top-neusproef met gesloten ogen intact is, heeft herhalen met ogen open geen toegevoegde waarde. | show 🗑
|
||||
show | Juist. Het is mogelijk dat er sprake is van een cerebellaire stoornis en dan is de topneusproef zowel met ogen open als met ogen dicht gestoord.
🗑
|
||||
Het onderscheid tussen een cerebellaire en sensorische ataxie kan worden gemaakt met het volgende onderzoek (meerdere antwoorden mogelijk): a. Knie-hielproef b. Proef van Romberg c. Top-topproef d. Top-neusproef | show 🗑
|
||||
show | Onjuist. Met de wijsproeven wordt de ipsilaterale cerebellumhelft getest. Met beide armen dient daarom de toptopproef te worden uitgevoerd.
🗑
|
||||
show | Juist. Overmatig gebruik van alcohol leidt tot een dronkenmansgang, dit is in feite een cerebellaire ataxie. Denk ook aan de alcoholtest vroeger met het lopen over een lijn.
🗑
|
||||
show | B. Eerst naar zijn voeten kijken en daarna recht vooruit. Wanneer patiënt naar zijn voeten kijkt draagt de visus bij aan de coördinatie, dat is niet meer het geval bij recht vooruitkijken en dan zal een subtiele sensorische ataxie duidelijk worden.
🗑
|
||||
Wat is het meest specifieke kenmerk van een functionele loopstoornis? a. breed gangspoor b. scharend looppatroon c. gestoorde koorddansersgang d. variatie van het looppatroon in tijd | show 🗑
|
||||
show | a. Cerebellaire ataxie
🗑
|
||||
show | b. Vestibulaire ataxie
🗑
|
||||
Geen valneiging bij geopende ogen, wel bij gesloten ogen naar alle zijden mogelijk. Dit past bij: a. vestibulaire ataxie b. cerebellaire ataxie c. sensorische ataxie | show 🗑
|
||||
Welk sx is aanwezig in de vroege fase van ZvP? a. traag, schuifelend looppatroon, met kleine passen b. asymmetrisch verminderde armzwaai c. verminderde staphoogte d. episodes van 'bevriezen' vd voeten tijdens het lopen e. voorovergebogen houding | show 🗑
|
||||
Waarom dient een neurologisch onderzoek altijd tweezijdig te worden uitgevoerd? | show 🗑
|
||||
show | c. ALS. Fasciculaties kunnen optreden bij aandoeningen van het perifere motorneuron. Deze is onder andere aangedaan bij ALS. Bij aandoeningen van het centrale motorneuron zoals MS en bij parkinson is het perifere motorneuron niet aangedaan.
🗑
|
||||
show | b. Linker hemisfeer. Sx duiden op pathologie in de piramidebaan. De piramidebaan die de rechter lichaamshelft aanstuurt begint in de motorische cortex links, kruist in de hersenstam en loopt vervolgens in de rechterhelft van het ruggenmerg.
🗑
|
||||
show | b. Rechts hoger dan links. Pathologie in het centraal motorneuron/piramidebaan leidt tot verminderde centrale inhibitie van de reflexboog. Hierdoor zijn de reflexen aan de rechter kant verhoogd.
🗑
|
||||
show | a. Rechter hemisfeer. Pt heeft linkszijdige uitval van de motoriek. Het cerebellum is niet verantwoordelijk voor de aansturing van de motoriek, maar voor de fijne coördinatie daarvan. De sx passen bij een probleem in het centraal motorneuron en wel rechts
🗑
|
||||
show | a. verhoogd (spasticiteit)
🗑
|
||||
Wat verwacht je van de spiertonus bij een aandoening van de basale kernen? a. verhoogd b. verlaagd | show 🗑
|
||||
Wat verwacht je van de spiertonus bij een aandoening van de spieren? a. verhoogd b. verlaagd | show 🗑
|
||||
show | Bij de langzame beweging onderzoek je de rigiditeit (tandrad of loden pijp fenomeen, kenmerken van een extrapiramidaal probleem) en bij de snelle beweging de spasticiteit (knipmesfenomeen, kenmerk van een piramidaal probleem).
🗑
|
||||
show | a. m. gastronemicus. b&c zijn verantwoordelijk voor het lopen op hakken.
🗑
|
||||
show | Juist.
🗑
|
||||
show | c. neuromusculaire overgang. Bij een aandoening vd neuromusculaire overgang --> transmissie vaak goed bij kortdurende aanspanning en slechter bij langdurige aanspanning --> parese. Laesie centrale motorneuron, zenuw of spier --> constante parese.
🗑
|
||||
Aan welke niet neurologische oorzaken kunnen we denken wanneer een patiënt niet in staat is vanuit hurkzit omhoog te komen? | show 🗑
|
||||
Peesrekkingsreflexen kunnen worden versterkt door de patiënt een rekenreeks te laten vertellen. Wat is het mechanisme van die versterking? | show 🗑
|
||||
Waar zit meest waarschijnlijk het probleem bij een voetzoolreflex volgens Babinski aan beide voeten? a. Thorale myelum b. Linker hemisfeer c. Rechter hemisfeer | show 🗑
|
||||
Patient is buiten bewustzijn. Wat zou je kunnen ruiken aan de adem? | show 🗑
|
||||
Hyperventilatie (Kussmaul) komt voor bij? a. koorts, metabool (diabetische coma), ponslaesie b. cardiopulmonaal, neurologische laesie diep hemisferaal c. laesie verlengde merg d. fladderthorax | show 🗑
|
||||
Cheyne-Stokes ademhaling komt voor bij? a. koorts, metabool (diabetische coma), ponslaesie b. cardiopulmonaal, neurologische laesie diep hemisferaal c. laesie verlengde merg d. fladderthorax | show 🗑
|
||||
show | c. laesie verlengde merg
🗑
|
||||
show | d. fladderthorax
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Een terugtrekken van de arm bij een pijnprikkel aan een comateuze patient is te duiden als een afweerreactie. | show 🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Een terugtrekken van de arm bij een pijnprikkel aan een comateuze patient is te duiden als te snel stoppen met de pijnprikkel. | show 🗑
|
||||
show | Pupilreactie, corneareflex, oculocefaal reflex, oculovestibulaire reflex
🗑
|
||||
Welke autonome functies worden in de hersenstam gereguleerd? | show 🗑
|
||||
show | a. n. oculomotorius en n. trochlearis. De kernen van de n. oculomotorius en trochlearis liggen in het mesencephalon, terwijl de kern van de n.abducens ligt ventraal laag in de pons --> willekeurige verticale oogbewegingen zijn wel mogelijk
🗑
|
||||
Waarom ga je voordat je de nekstijfheid test, het hoofd roteren? | show 🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
show | b. L4 en L5. Vanaf thoracaal niveau wordt de wortel genoemd naar de bovenliggende wervel.
🗑
|
||||
De m.trapezius (monnikskapspier) hecht enerzijds vooral aan het schouderblad en anderzijds aan een aantal wervels. | show 🗑
|
||||
show | c. is er een thoracolumbale scoliose op lumbaal niveau convex naar rechts
🗑
|
||||
show | Overmatige beharing ter hoogte van de lumbasacrale wervelkolom kan een uiting zijn van een spina bifida occulta.
🗑
|
||||
show | b. naar de niet-aangedane zijde. Door lateroflexie naar de niet aangedane zijde wordt druk van de wortel gehaald en daarmee de pijn verminderd.
🗑
|
||||
show | a. spondyloartritis (bechterew) en b. osteoporose --> kunnen als gevolg van wigvorming van de thoracale wervels een versterkte thoracale kyfose geven.
🗑
|
||||
show | a. overbelasting en b. beenlengteverschil. Beenlengteverschil --> functionele scoliose. Daarbij ontstaat een disbalans in de wervelkolom en de omringende spieren en dit kan leiden tot rugklachten. c en d zijn specifieke oorzaken van lage rugklachten.
🗑
|
||||
Wat observeer je bij het lopen en welke wortel is betrokken bij atrofie van de m. quadriceps femoris? | show 🗑
|
||||
Wat observeer je bij het lopen en welke wortel is betrokken bij atrofie van de m. tibialis anterior? | show 🗑
|
||||
Wat observeer je bij het lopen en welke wortel is betrokken bij atrofie van de m. gastronemicus? | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij aspecifieke rugpijn kan pijn worden geprovoceerd door lateroflexie naar de aangedane zijde | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij aspecifieke rugpijn kan pijn worden geprovoceerd door lateroflexie naar de niet-aangedane zijde. | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Een pijnlijke extensie van de wervelkolom is een specifieke bevinding. | show 🗑
|
||||
De eerste processus spinosus die je palpeert onder onder de rand van de schedel is: a. C1 b. C2 c. C3 | show 🗑
|
||||
show | In de differentiaaldiagnose van pijn in de bilstreek staat een enthesopatie van de aanhechting van de hamstrings. Bij deze enthesopatie is de palpatie van het tuber ischiadicum pijnlijk.
🗑
|
||||
In welke geval is er een indicatie voor het uitvoeren van de voetzoolreflex bij een patiënt met nek- of rugklachten? | show 🗑
|
||||
Welke bevinding past niet bij een lumbaal radiculair syndroom van wortel L5? a. Positieve proef van Kemp b. Verminderde sensibiliteit op de voetrug c. Negatieve KPR d. Postieve gekruiste Lasegue | show 🗑
|
||||
Is op grond van de aangedane zenuwwortel, bv. L5, uit te maken op welk ossaal niveau het probleem zit? a. Ja b. Nee | show 🗑
|
||||
show | Letsel in het gelaat, hersenletsel, (sub)acuut optredende hoofdpijn, problemen met ruiken, zien, horen, gevoel of motoriek van het gelaat, duizeligheid, spraak- of slikproblemen,
🗑
|
||||
Op indicatie wordt bij het onderzoek van de hersenzenuwen de n.olfactorius onderzocht. Kun je twee indicaties hiervoor noemen | show 🗑
|
||||
Het is belangrijk bij het onderzoek van de n. olfactorius per neusgat een geur aan te bieden. a. Ja b. Nee | show 🗑
|
||||
show | De N III is een lange zenuw, die als hij vanuit de achterste schedelgroeve de middelste binnengaat, de tentoriumrand kruist. Bij verhoogde hersendruk wordt de zenuw daar afgekneld.
🗑
|
||||
Een patiënt heeft een volledige uitval van de n. opticus links door een neuritis optica. Verder zijn er geen andere laesies. De pupillen zijn: a. isocoor b. anisocoor, rechts groter dan links c. anisocoor, links groter dan rechts | show 🗑
|
||||
Juist of onjuist: Een patiënt heeft een anisocorie waarbij de rechterpupil kleiner is dan de linkerpupil. Er is ook een hangend ooglid (ptosis) aan de rechterkant. Dit past goed bij een oculomotoriusuitval aan de rechterkant. | show 🗑
|
||||
Uitval van de n.oculomotorius, n. trochlearis of n.abducens kan leiden tot: a. Nystagmus b. Dubbelbeelden c. Nystagmus en dubbelbeelden | show 🗑
|
||||
show | a. kauwkracht en c. sensibiliteit rond het oog (smaak --> glossopharyngeus en facialis; mimiek --> facialis )
🗑
|
||||
Juist of onjuist: De afferente en efferente zenuw van de corneareflex zijn de n. trigeminus respectievelijk de n. facialis | show 🗑
|
||||
Waarom worden de n. glossopharyngeus en n. vagus samen onderzocht? | show 🗑
|
||||
Welke bewegingen van het hoofd maken we met de spieren die door de n.accessorius geïnnerveerd worden? | show 🗑
|
||||
Bij uitval van de n. hypoglossus wordt de tong uitgestoken: a. naar de zieke kant b. naar de gezonde kan | show 🗑
|
||||
show | b. Kogelgewricht. Het heupgewricht bestaat uit het acetabulum, de kom van bot, en de femurkop, die kogelvormig is en kan ronddraaien. Dit maakt het een kogelgewricht.
🗑
|
||||
show | a. labrum acetabulare, b. ventrale spiergroepen, d. dorsale spiergroepen en e. het gewrichtskapsel.
🗑
|
||||
Welke van de volgende arteriën verzorgt het grootste deel van de bloedvoorziening van de kop van de heup? a. arteria circumflexa b. arteria ligamentum teres | show 🗑
|
||||
Waarom moet je niet langer dan een aantal dagen met een kussen de knie ondersteunen? a. Kans op blijvende flexie beperking b. Kans op blijvende extensiebeperking c. Zorgt voor een slechtere doorbloeding in de knie | show 🗑
|
||||
Bij welke traumatische aandoening veroorzaakt de reflex van de patiënt zijn spieren aan te spannen schade? a. Tibiafractuur b. Patellaluxatie c. Meniscusscheur d. Partiële ruptuur collaterale banden | show 🗑
|
||||
show | 1. microtraumata
2. jicht
3. infectie
🗑
|
||||
Wat kan palpatie van de gewrichtsspleet als afwijkende bevindingen opleveren? (meerdere antwoorden mogelijk) a. Pijn bij artrose b. Pijn bij meniscusletsel c. Osteofyt d. Patellasubluxatie e. Ontstekingen f. Jumpers knee | show 🗑
|
||||
show | a. immunologisch, b. schokdempend en d. voedend
🗑
|
||||
show | Bij een flinke toename van de hoeveelheid synoviaalvocht in een gewricht zal het gewricht de stand aannemen waarin de meeste ruimte voor het vocht is. Dit is de flexiestand.
🗑
|
||||
Is de stand van Bonnet specifiek voor de knie? a. Ja b. Nee | show 🗑
|
||||
Ochtendstijfheid komt vooral voor bij: a. artrose en ontstaat door het cortisoldagritme b. artrose en ontstaat door synoviaalvocht in kraakbeen c. artritis en ontstaat door het cortisoldagritme d. artritis en ontstaat door synoviaalvocht in kraakbeen | show 🗑
|
||||
Startstijfheid komt vooral voor bij: a. artrose en ontstaat door het cortisoldagritme b. artrose en ontstaat door synoviaalvocht in kraakbeen c. artritis en ontstaat door het cortisoldagritme d. artritis en ontstaat door synoviaalvocht in kraakbeen | show 🗑
|
||||
show | Afhankelijk van de stand van de knie worden verschillende bundels van de voorste kruisband aangespannen. De voorste kruisband dient namelijk in het gehele bewegingstraject stabiliteit aan te bieden.
🗑
|
||||
Waarom wordt de achterste kruisband bij de patiënt niet getest? | show 🗑
|
||||
show | Omdat in de stand van 0 graden de knie de meeste krachten moet weerstaan. In het verdere bewegingstraject staan er (normaliter) niet zoveel krachten op de collaterale structuren want dan zal het been niet geheel gewicht dragend zijn.
🗑
|
||||
Waarom luxeert de patella naar lateraal bij een luxatie? | show 🗑
|
||||
show | b. subluxaties van de patella
🗑
|
||||
Waarom zien we vaker letsel van de mediale dan van de laterale collaterale band op het voetbalveld? a. De voet blijft staan en de knie gaat in varus b. De voet blijft staan en de knie gaat in valgus | show 🗑
|
||||
Wat houdt een unhappy triad in? a. Letsel van de mediale collaterale band, mediale meniscus en voorste kruisband b. Letsel van de laterale collaterale band, laterale meniscus en achterste kruisband | show 🗑
|
||||
show | Fibula, tibia, patella, femur
🗑
|
||||
Uit welke structuren bestaat het strekapparaat? | show 🗑
|
||||
Noem 2 functies van de menisci... | show 🗑
|
||||
Welke structuren zorgen voor de stabiliteit van de knie? | show 🗑
|
||||
In geval van zwelling bij een traumatische knie kan sprake zijn van hemartros of hydrops. Kun je hierin onderscheid maken bij het lichamelijk onderzoek? a. Ja b. Nee | show 🗑
|
||||
show | Afwijkende stand van de knie kun je dan beter zien
Afwijkende stand van de heup kun je dan beter zien
Lateralisatie van de patella kun je dan beter zien
Quadricepsatrofie is beter te zien
🗑
|
||||
show | Als in de knie te veel vocht wordt aangemaakt ontstaat in het gewricht grote druk en gaat het gewrichtskapsel op de zwakste plek uitpuilen. Dat is aan de achterzijde van de knie, omdat hier spieren minder stevigheid bieden dan aan de voorzijde.
🗑
|
||||
Wat maakt dat atrofie van het mediale deel van de m. quadriceps doorgaans de meest opvallende vorm van spieratrofie bij kniepathologie is? | show 🗑
|
||||
Uit welke structuren is het schouderdak opgebouwd? Meerdere antwoorden zijn correct. a. De bursa subacromialis b. Het tuberculum majus c. Het ligamentum coraco-acromiale d. Het acromion e. De processus coracoideus | show 🗑
|
||||
Waar moet je aan denken bij een afwijkende stand van de clavicula? a. AC-subluxatie b. Claviculafractuur c. Beide | show 🗑
|
||||
Welke spieren zijn bij de inspectie, bij een patiënt met een schouderprobleem, in de vergelijking links met rechts goed te beoordelen? | show 🗑
|
||||
show | a. Ja, er zijn grote fysiologische verschillen tussen mensen die in de vergelijking van het testen van de linker- en rechterzijde kunnen worden opgemaakt
🗑
|
||||
show | a. het labrum, b. de rotatorcuff, c. de ligamenten en d. het gewrichtskapsel
🗑
|
||||
show | a. achter de patient. In deze positie is het voor de onderzoeker mogelijk de beweging van de scapula ook te beoordelen.
🗑
|
||||
show | een verend eindgevoel
🗑
|
||||
Wanneer de actieve beweging beperkt is en de passieve niet, dan zit in welke structuur/structuren de oorzaak? | show 🗑
|
||||
Wat zegt het als de horizontale adductie gestoord is? | show 🗑
|
||||
show | Onjuist. Feedback
Bij een frozen shoulder bestaat een ontsteking van het gewrichtskapsel. Er worden op de rontgenfoto geen afwijkingen gezien, omdat het gewrichtskapsel niet zichtbaar is op een rontgenfoto en ossale afwijkingen niet optreden.
🗑
|
||||
Juist of onjuist: Bij een frozen shoulder of gelnuhumerale artrose vind je schouderklachten met passieve bewegingsbeperking. | show 🗑
|
||||
show | Juist
🗑
|
||||
show | Onjuist. Bij nekklachten vind je klachten zonder passieve bewegingsbeperking
🗑
|
Review the information in the table. When you are ready to quiz yourself you can hide individual columns or the entire table. Then you can click on the empty cells to reveal the answer. Try to recall what will be displayed before clicking the empty cell.
To hide a column, click on the column name.
To hide the entire table, click on the "Hide All" button.
You may also shuffle the rows of the table by clicking on the "Shuffle" button.
Or sort by any of the columns using the down arrow next to any column heading.
If you know all the data on any row, you can temporarily remove it by tapping the trash can to the right of the row.
To hide a column, click on the column name.
To hide the entire table, click on the "Hide All" button.
You may also shuffle the rows of the table by clicking on the "Shuffle" button.
Or sort by any of the columns using the down arrow next to any column heading.
If you know all the data on any row, you can temporarily remove it by tapping the trash can to the right of the row.
Embed Code - If you would like this activity on your web page, copy the script below and paste it into your web page.
Normal Size Small Size show me how
Normal Size Small Size show me how
Created by:
eloa
Popular Medical sets